ECLI:NL:RBDHA:2024:15305
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting van vreemdeling
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beoordeeld. Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting en dat er geen zicht is op uitzetting naar Egypte. Tevens voerde eiser aan dat zijn medische situatie en leeftijd een lichter middel rechtvaardigen.
De rechtbank constateerde dat sinds het sluiten van het vorige onderzoek driemaal is gerappelleerd op de laissez-passer aanvraag en dat er twee vertrekgesprekken zijn gevoerd. Nieuwe feitelijke informatie over de identiteit van eiser is beschikbaar gekomen, waaronder een paspoortkopie, waardoor het eerdere probleem met de nationaliteitsbevestiging minder relevant is.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende meewerkt aan het wegnemen van onduidelijkheden over zijn identiteit en nationaliteit, waardoor vertraging voor zijn rekening komt. Het belang van eiser om in vrijheid te zijn weegt niet zwaarder dan het belang van de minister bij voortzetting van de bewaring. Ook de medische omstandigheden van eiser rechtvaardigen geen wijziging van de maatregel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.