ECLI:NL:RBDHA:2024:14660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 29 augustus 2024 behandeld, waarbij eiser niet aanwezig was. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het besluit van de minister in stand gelaten. De rechtbank baseert zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat stelt dat Nederland erop mag vertrouwen dat Frankrijk de asielprocedure en opvang adequaat uitvoert.
Eiser voerde aan dat Frankrijk kampt met opvangtekorten en dat hij vanwege zijn medische situatie (besmetting met tuberculose) en zijn status als alleenstaande man kwetsbaar is. Hij verwees naar AIDA-rapporten en media-artikelen over 'opruimacties' in Parijs voorafgaand aan de Olympische Spelen. De rechtbank oordeelt echter dat deze informatie onvoldoende is om het vertrouwensbeginsel te weerleggen en dat er geen sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest.
Ook het betoog dat eiser in Frankrijk niet veilig zou zijn wegens eerdere detentie door een mensensmokkelaar werd verworpen. De minister hoefde de aanvraag niet aan zich te trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro, omdat eiser zich tot de Franse autoriteiten kan wenden en geen bewijs is geleverd dat deze hem niet kunnen of willen helpen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.