Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. S.M. Hampsink, griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beoordeeld, die op 28 januari 2024 was opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eerder was deze maatregel al meerdere malen getoetst en steeds als rechtmatig beoordeeld. De minister heeft de bewaring op 15 juli 2024 opgeheven.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend had gewerkt aan zijn uitzetting, ondanks zijn medewerking en het overleggen van identiteitsdocumenten. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende inspanningen had verricht, waaronder herhaalde contacten met de Marokkaanse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser.
Daarnaast voerde eiser aan dat de minister geen verzwaarde belangenafweging had gemaakt na zes maanden bewaring. De rechtbank stelde vast dat de bewaring minder dan zes maanden had geduurd omdat deze op 15 juli 2024 was opgeheven, waardoor een verzwaarde belangenafweging niet vereist was.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel tussen 17 mei en 15 juli 2024 rechtmatig was en dat er geen grond was voor schadevergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.