ECLI:NL:RBDHA:2023:8812
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van buitenlandbijdrage Zvw en terugwerkende kracht bij vaststelling
Eiseres, woonachtig in Duitsland en met Nederlandse nationaliteit, betwist de vaststelling van de buitenlandbijdrage door het CAK over de zorgjaren 2017 tot en met 2020. Het CAK had eiseres vanaf 1 januari 2017 als verdragsgerechtigde aangemerkt en haar bijdrageplicht opgelegd. Eiseres voerde aan dat zij niet tijdig was geïnformeerd en dat het CAK niet tijdig had gehandeld, waardoor terugwerkende kracht onredelijk zou zijn.
De rechtbank stelt vast dat het besluit van het CAK over de verdragsgerechtigdheid onherroepelijk is en dat de vaststelling van de bijdrage binnen de wettelijke termijnen is gebeurd. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel wordt verworpen, mede omdat de wettelijke bepalingen imperatief zijn en er geen bijzondere omstandigheden zijn die afwijken rechtvaardigen.
Hoewel het CAK administratieve fouten heeft gemaakt en communicatie tekort is geschoten, doet dit niet af aan de verplichting van eiseres om de bijdrage te voldoen. Ook het bezwaar tegen de overschrijding van de beslistermijn wordt afgewezen. De beroepen worden ongegrond verklaard en de vastgestelde buitenlandbijdrage blijft van kracht.
Uitkomst: De beroepen tegen de vaststelling van de buitenlandbijdrage door het CAK worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.