ECLI:NL:RBDHA:2023:7285
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.A. Oudenaarden
- H. van der Werf
- R. Tesfai
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onvoldoende familieleven en bedreiging openbare orde
Eiser, van Iraakse nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid op grond van artikel 8 EVRM Pro. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging en onvoldoende bewijs van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met familieleden. Tevens werd een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege herhaaldelijke strafrechtelijke veroordelingen van eiser, die een actuele bedreiging voor de openbare orde vormen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging zorgvuldig had gemaakt, waarbij werd meegewogen dat eiser sinds zijn 18e zelfstandig woont, geen sterke sociale banden in Nederland heeft en geen medische afhankelijkheid van familieleden kon aantonen. Ook werd vastgesteld dat eiser geen positieve gedragsverandering vertoonde ondanks meerdere gevangenisstraffen.
Het beroep van eiser dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn privéleven, medische situatie en seksuele gerichtheid werd verworpen. De rechtbank stelde dat verweerder alle relevante feiten had betrokken en dat eiser een asielprocedure kan starten indien hij vreest voor vervolging in Irak. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.