ECLI:NL:RBDHA:2023:3697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens rechtsgeldige verlenging beslistermijn asielaanvraag
Eiser, een Turkse asielzoeker, diende op 3 mei 2022 een asielaanvraag in. Hij stelde dat verweerder op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet uiterlijk op 3 november 2022 een besluit had moeten nemen, wat niet gebeurde. Eiser stelde verweerder op 16 november 2022 in gebreke en startte op 1 december 2022 een beroep wegens het niet tijdig beslissen.
Verweerder voerde aan dat de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd met negen maanden door WBV 2022/22, waardoor de uiterste beslisdatum 3 augustus 2023 is. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een uitzonderlijke situatie met een grote instroom van asielzoekers, waaronder Oekraïners en Afghanen, en de opname van Dublinclaimanten in de nationale procedure. Dit leidt tot een hoge werklast die een verlenging rechtvaardigt.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat de verlenging niet gerechtvaardigd is vanwege het ontbreken van een snelle piek, organisatorische keuzes of het feit dat veel Oekraïners onder de tijdelijke beschermingsrichtlijn vallen. De rechtbank concludeerde dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is toegepast en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er wordt geen dwangsom opgelegd en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk wegens een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.