Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de staatssecretaris op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar echtgenoot. De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris de beslistermijn had overschreden en verklaarde het beroep gegrond.
De rechtbank oordeelde dat vanwege capaciteitsproblemen, toegenomen instroom en complexer beoordelingskader bij nareisaanvragen sprake is van een bijzonder geval in de zin van artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. Daarom is een ruimere nadere termijn dan de standaard twee weken passend.
De rechtbank formuleerde een model met drie situaties: bij een compleet dossier geldt een termijn van vier weken, bij nader onderzoek (zoals DNA-onderzoek of identificerend gehoor) een termijn van zestien weken, en bij een herstelverzuimfase een termijn van acht weken, die kan oplopen tot twintig weken indien nader onderzoek volgt. In deze zaak legde de rechtbank een termijn van acht weken op na de herstelverzuimbrief van 26 februari 2023, met een mogelijke verlenging tot twintig weken.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500,- voor overschrijding van deze termijnen en stelde zij de verbeurde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442,-. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.