ECLI:NL:RBDHA:2023:2828
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opschorting Dublin-overdrachten naar Italië wegens onvoldoende onderzoek en motivatie
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de asielprocedure. Sinds 5 december 2022 vinden er echter geen overdrachten meer plaats naar Italië vanwege een opschorting door de Italiaanse autoriteiten, die een gebrek aan opvangplekken als reden gaven.
De rechtbank stelde vast dat sinds 7 februari 2023 geen communicatie meer was ontvangen van Italië over de opschorting en dat de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) tot 6 maart 2023 geen overdrachten meer had ingepland. Er was geen duidelijkheid over wanneer de overdrachten hervat zouden worden en waarom de opschorting nog steeds voortduurde. De rechtbank concludeerde dat het niet langer aannemelijk was dat het om een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel ging.
Gezien de omstandigheden en de bekende problematiek rond de opvangvoorzieningen in Italië, oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de situatie in Italië en onvoldoende had gemotiveerd waarom de opschorting voortduurde. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, wat in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.