Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 25 november 2022 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
Feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats] , Verenigde Arabische Emiraten;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] , Verenigde Arabische Emiraten;
Verzoek en verweer
- in de eerste en tweede maand van de regeling via beeldbellen: iedere laatste vrijdag van de maand, van 16:00 uur tot 17:00 uur Nederlandse tijd;
- in de derde en de vierde maand via beeldbellen: om de twee weken, op vrijdag, van 16:00 uur tot 17:00 uur Nederlandse tijd;
- vanaf de vijfde maand via beeldbellen: één keer per week op vrijdag, van 16:00 uur tot 17:00 uur Nederlandse tijd;
- de vrouw zal de man faciliteren in bezoeken van de man aan de kinderen in Nederland, mits deze tijdig – 14 dagen van tevoren – worden aangekondigd en bevestigd, zodat de vrouw daar rekening mee kan houden;
- vakantiebezoeken in overleg met de vrouw;
Beoordeling
70 % [NBI – (0,3 x NBI + 1175). Uitgaande van het NBI van € 10.733,- per maand bedraagt de draagkracht van de man € 4.436,- per maand.
voorlopigop € 110,- voor [minderjarige 1] en € 34,- voor [minderjarige 2] vaststelt
,en dat de rechtbank de door de man te betalen kinderalimentatie
voorlopigop € 1.413,- (€ 1.523,- -/- € 110,-) per maand voor [minderjarige 1] en op € 438,- (€ 472,- -/- € 34,-) per maand voor [minderjarige 2] bepaalt. De rechtbank benadrukt hierbij dat de vaststelling van deze kinderalimentatie alleen voorlopig is ten aanzien van de zorgkorting. De hoogte van de behoefte van de kinderen en de draagkracht van partijen zal in deze procedure niet meer worden gewijzigd.
1. De kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden voldaan uit de inkomens van de echtgenoten naar evenredigheid daarvan; voorzover deze inkomens ontoereikend zijn, worden deze kosten voldaan uit ieders vermogen naar evenredigheid daarvan.
(…)
3. Tot de kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden in voorkomende gevallen ondermeer gerekend de huurtermijnen betreffende de door partijen tezamen bewoonde woning, de kosten van gebruikelijke verzekeringen met inbegrip van de premie voor een eventuele ziektekostenverzekering, de kosten van gezamenlijke vakanties, de kosten van medische verzorging alsmede de kosten van verzorging en opvoeding van uit het huwelijk geboren kinderen, van de door de echtgenoten geadopteerde kinderen alsmede van de kinderen die met beider toestemming in het gezin zijn opgenomen.
1. De echtgenoot die over enig kalenderjaar meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan zijn aandeel ingevolge het hiervoor bepaalde, heeft het recht het teveel bijgedragene terug te vorderen van de andere echtgenoot.
2. Het recht het aldus teveel bijgedragene terug te vorderen vervalt, indien betaling of verrekening daarvan niet binnen twee jaar na het einde van het betreffende kalenderjaar heeft plaats gehad of schriftelijk gevorderd is.
1. Ingeval het huwelijk wordt ontbonden of tussen de echtgenoten scheiding van tafel en bed wordt uitgesproken heeft ieder van de echtgenoten het recht om te vorderen dat er een verrekening plaatsvindt, zo, dat ieder van de echtgenoten gerechtigd is tot een waarde gelijk aan die, waartoe hij gerechtigd zou zijn geweest indien er de wettelijke gemeenschap van goederen tussen hen had bestaan, met uitzondering echter van ten huwelijk aangebrachte goederen en van goederen, die door de echtgenoten krachtens erfstelling, legaat of schenking zijn of zullen worden verkregen, en de op die verkrijgingen drukkende schulden, de wegens die verkrijgingen geheven belastingen als successie-, schenkings- en overgangsrecht daaronder begrepen, met dien verstande, dat de inkomsten uit die goederen en de renten van die schulden, alsmede de kosten en lasten die uit inkomsten te plegen te worden voldaan, wel in de verrekening zullen worden betrokken.
(…)
2. De verrekening heeft plaats naar de toestand ten tijde van ontbinding van het huwelijk door de dood of ingeval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed, naar de toestand naar de aanvang van de dag van het instellen van de vordering daartoe.
(…)
4. De verrekening heeft plaats doordat de ene partij aan de andere partij een bedrag uitkeert, zo, dat ieder van hen de helft geniet van het vermogen als omschreven in lid 1, met dien verstande, dat aanspraken op al of niet ingegaan pensioen niet in deze verrekening worden betrokken.
(…)
8. Geen verrekening vindt plaats:
Beslissing
voorlopigrekening houdend met een zorgkortingspercentage van 5%, dat de man met ingang van
1 januari 2023 aan de vrouw een
voorlopigekinderalimentatie moet voldoen van € 1.413,- per maand voor [minderjarige 1] en € 438,- per maand voor [minderjarige 2] , vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de definitieve zorgkorting voor de kinderalimentatieaan tot
15 september 2023 pro forma, in afwachting van de resultaten van de cross border mediation;