ECLI:NL:HR:2012:BW9769
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aflossing hypotheek en natuurlijke verbintenis bij huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting en een nihilbeding waarbij de man de kosten van de huishouding draagt. Zij kochten in 1979 een woning met een annuïteitenhypotheek, later omgezet in een spaarhypotheek gekoppeld aan een levensverzekering op naam van de man. In 2006 werd de hypotheek vrijwel geheel afgelost met de uitkering van de polis.
De vrouw stelde dat de door de man betaalde aflossingen en premies als kosten der huishouding moesten worden beschouwd of dat de man daarmee een natuurlijke verbintenis jegens haar had voldaan. De rechtbank ging hierin mee, maar het hof verwierp deze stellingen en kende de man een vergoedingsrecht toe.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat aflossingen en premies primair vermogensvorming betreffen en niet tot de kosten der huishouding behoren. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het moment van aflossing in 2006 bepalend is voor de beoordeling van de natuurlijke verbintenis, waarbij de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij op dat moment behoefte had aan verzorging. Het beroep van de vrouw werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen; de man heeft recht op vergoeding van betaalde aflossingen en premies.