ECLI:NL:RBDHA:2023:22022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv wegens ontbreken gezinsleven en belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiseres, van Jemenitische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een mvv om bij haar zoon in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat de gezinsband tussen eiseres en haar zoon verbroken is, aangezien de zoon sinds 2018 zelfstandig in Oekraïne woonde en in zijn eigen onderhoud voorzag.
Eiseres stelde dat haar zoon onder het jongvolwassenenbeleid valt en dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet is aangetoond. De medische en financiële afhankelijkheid was niet exclusief en de zoon had zelfstandig kunnen functioneren.
De rechtbank beoordeelde de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro en concludeerde dat verweerder alle relevante omstandigheden had meegewogen en een fair balance had gevonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.