ECLI:NL:RBDHA:2023:21704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging naar Nederland wegens niet tijdig indienen volgens speciale voorziening Kamerbrief
Eiser, voormalig ASG-bewaker voor de Nederlandse strijdmacht in Afghanistan, verzocht op 29 november 2022 om overbrenging naar Nederland. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet tijdig vóór 11 oktober 2021 een verzoek had ingediend, zoals vereist in de speciale voorziening uit de Kamerbrief van 11 oktober 2021.
De rechtbank overwoog dat het beleid een afgebakende groep van circa 500 Afghanen betreft die ten minste een jaar substantiële werkzaamheden voor Defensie of EUPOL hebben verricht en tijdig een verzoek hebben ingediend. Eiser viel hier niet onder omdat zijn verzoek te laat was ingediend. Het betoog van eiser dat zijn gegevens al voor 11 oktober 2021 bekend waren, werd niet gevolgd omdat alleen de mailboxen met verzoeken relevant zijn.
Verder oordeelde de rechtbank dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel niet tot een ander oordeel leiden. Ook de gevaarzetting in Afghanistan kan niet worden betrokken bij de beoordeling omdat het hier gaat om buitenwettelijk begunstigend beleid met ruime beleidsvrijheid voor het kabinet.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een procedurele fout, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Eiser kreeg een proceskostenvergoeding toegewezen van €837. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J.L. van der Waals op 13 november 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen en het verzoek om overbrenging wordt niet toegewezen omdat het niet tijdig is ingediend.