ECLI:NL:RBDHA:2023:20448
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders niet onrechtmatig verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Algerijnse derdelander tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming, zoals bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 te beëindigen.
De rechtbank bevestigde een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin werd geoordeeld dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen. Het beroep van eiser, dat onder meer steunde op het vertrouwensbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, werd afgewezen. De rechtbank vond geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen en volgde de lijn van eerdere rechtspraak.
De rechtbank nam in haar overwegingen mee dat de tijdelijke bescherming per definitie tijdelijk is en bedoeld om terugkeer te bevorderen of een reguliere verblijfsprocedure te starten. Het doel van het besluit is het voorkomen van ontwrichting van het asielstelsel door een massale toestroom en het verminderen van druk op de opvangcapaciteit. Persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals werk en gezin, rechtvaardigen volgens de rechtbank geen andere uitkomst.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Boerlage - van den Bosch en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.