ECLI:NL:RVS:2024:418
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 31 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde, aansluitend bij een eerdere uitspraak van 17 januari 2024, dat de tijdelijke bescherming krachtens de richtlijn doorloopt tot 4 maart 2024 en dat het besluit van de staatssecretaris om de bescherming eerder te beëindigen onrechtmatig is. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
De Raad van State bepaalde dat de staatssecretaris het besluit van 31 augustus 2023 moet vernietigen en dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling moet vergoeden. De staatssecretaris dient bovendien zelf te bepalen op welke wijze hij de vreemdeling zal informeren over het einde van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de tijdelijke bescherming loopt door tot 4 maart 2024.