ECLI:NL:RBDHA:2023:1958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met de Soedanese nationaliteit, verzocht om asiel in Nederland, maar zijn aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser illegaal Italië was binnengekomen, waarna Nederland het verzoek tot overdracht aan Italië deed, dat dit accepteerde.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege ernstige tekortkomingen in het Italiaanse opvangsysteem, onderbouwd met nieuwsartikelen en een circular letter. Tevens stelde hij dat zijn vrijwillige maatschappelijke bijdrage en de lange verblijfsduur in Nederland een onverplichte behandeling rechtvaardigen vanwege onevenredige hardheid.
De rechtbank oordeelde dat het uitgangspunt blijft dat Italië verantwoordelijk is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet geldt. De tijdelijke opschorting van overdrachten naar Italië leidt niet tot onrechtmatigheid van het besluit. De discretionaire bevoegdheid van verweerder om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen is niet aan de orde gezien de omstandigheden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.