ECLI:NL:RBDHA:2023:19120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel minderjarige vreemdeling in HTL
Eiser, een minderjarige vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, stelde beroep in tegen een vrijheidsbeperkende maatregel die hem verplichtte zich binnen een deel van de gemeente Hoogeveen te bevinden, opgelegd door verweerder op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was gekoppeld aan een plaatsingsbesluit van het COa om eiser in de Hoog Risico Locatie (HTL) te plaatsen.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen beroep had ingesteld tegen het plaatsingsbesluit van het COa, waardoor de rechtmatigheid van dit besluit buiten beschouwing bleef. Eiser voerde onder meer aan dat de maatregel disproportioneel was, onvoldoende rekening was gehouden met zijn minderjarigheid, en dat de maatregel neerkwam op vrijheidsontneming in plaats van vrijheidsbeperking, hetgeen in strijd zou zijn met artikel 5 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat acuut gevaar geen vereiste is voor het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel en dat de termijn tussen incident en maatregel gerechtvaardigd was vanwege overleg met Nidos. De rechtbank volgde eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat de HTL-maatregel, ondanks de strikte beperkingen, niet neerkomt op vrijheidsontneming in de zin van artikel 5 EVRM Pro. Tevens werd geoordeeld dat voldoende rekening was gehouden met de minderjarigheid van eiser, mede door overleg met Nidos en plaatsing op een speciale afdeling.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is ongegrond verklaard.