ECLI:NL:RBDHA:2023:18834
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging Afghaanse ambassadebewakers naar Nederland
Eisers, Afghaanse bewakers die voor de Nederlandse ambassade hebben gewerkt, verzochten om overbrenging naar Nederland. Hun verzoeken werden afgewezen omdat zij niet tot de in de Kamerbrief van 11 oktober 2021 genoemde doelgroepen behoren die voor overbrenging in aanmerking komen.
De rechtbank overweegt dat het evacuatiebeleid zich beperkt tot medewerkers van door Nederland gefinancierde ngo's en personen die voor Defensie of EUPOL in Afghanistan werkten in een zichtbare functie. Bewakers van de ambassade vielen hier niet onder, mede omdat hun werkzaamheden niet onder directe verantwoordelijkheid van de ambassade vielen en zij betaald werden via een private organisatie.
Eisers voerden onder meer aan dat zij onder de motie Belhaj vielen en dat er sprake was van ongerechtvaardigd onderscheid en schending van het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelt dat de motie Belhaj alleen gold tijdens de acute evacuatiefase en dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen concrete toezeggingen voor hen bestonden.
Ook is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel of hoorplicht. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep van Afghaanse ambassadebewakers tegen de afwijzing van hun verzoek tot overbrenging naar Nederland wordt ongegrond verklaard.