ECLI:NL:RBDHA:2023:18495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming facultatieve groep derdelanders niet onrechtmatig
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als lid van de facultatieve groep derdelanders te beëindigen per 4 september 2023. De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek tot voorlopige voorziening op zitting en sloot het onderzoek.
De rechtbank bevestigde de bevoegdheid van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming te beëindigen en oordeelde dat dit niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. De voornemenprocedure was zorgvuldig gevolgd en er was geen noodzaak tot individueel gehoor. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er een gerechtvaardigd onderscheid bestaat tussen de facultatieve groep en andere beschermde ontheemden.
Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen. De beëindiging is geschikt en noodzakelijk om het doel van de Richtlijn te bereiken, namelijk het voorkomen van ontwrichting van het asielstelsel door massale toestroom. Eiser had zijn individuele belangen onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd. De rechtbank vond geen sprake van vooringenomenheid. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.