ECLI:NL:RBDHA:2023:18470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming facultatieve groep derdelanders niet onrechtmatig
Eiseres betwist het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar tijdelijke bescherming als facultatief behorende derdelander te beëindigen per 4 september 2023. De rechtbank toetst dit besluit aan het kader van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De rechtbank volgt de eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris bevoegd is tot beëindiging van de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep. De rechtbank oordeelt dat de besluitvormingsprocedure zorgvuldig is verlopen, inclusief de voornemenprocedure en de mogelijkheid tot schriftelijke zienswijzen. Tevens is geen individueel gehoor vereist.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat er een gerechtvaardigd onderscheid bestaat tussen de facultatieve groep derdelanders en de andere beschermde groepen. Het evenredigheidsbeginsel wordt niet geschonden aangezien het doel van de Richtlijn is tijdelijke bescherming te bieden met het oog op terugkeer of reguliere verblijfsprocedures, en de belangen van eiseres onvoldoende concreet zijn onderbouwd.
Ook het betoog over vooringenomenheid wordt verworpen. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.