ECLI:NL:RBDHA:2023:17310
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne niet onrechtmatig
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als derdelander uit Oekraïne te beëindigen per 4 september 2023. De rechtbank heeft het beroep samen met een verzoek tot voorlopige voorziening behandeld en het onderzoek ter zitting gesloten.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin is geoordeeld dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming van de facultatieve groep, waaronder eiser valt, te beëindigen. Tevens is vastgesteld dat deze beëindiging niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en dat een voornemenprocedure volstaat zonder individueel gehoor.
Eiser stelde dat het besluit onredelijk bezwarende gevolgen voor hem heeft en niet noodzakelijk is voor het doel van de Richtlijn. De rechtbank oordeelt dat het doel van de Richtlijn is het voorkomen van ontwrichting van het asielstelsel door massale toestroom en dat de beëindiging van de facultatieve tijdelijke bescherming passend en noodzakelijk is om de opvangcapaciteit te beschermen. Eiser heeft onvoldoende concreet gemaakt waarom de beëindiging onevenredig is. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier J.A. Hessels.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.