ECLI:NL:RVS:2024:509
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 31 augustus 2023 bepaald dat op 4 september 2023 het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 november 2023 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en niet per 4 september 2023 beëindigd kon worden. De bescherming eindigt van rechtswege op 4 maart 2024. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.750,00.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.