ECLI:NL:RBDHA:2023:17299
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne niet onrechtmatig
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar tijdelijke bescherming, verleend op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep, waaronder eiseres valt, te beëindigen. Hierbij is geen sprake van schending van het rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel, noch is een individueel gehoor vereist. De rechtbank volgt de eerdere meervoudige kameruitspraak van 30 oktober 2023.
Eiseres stelde dat het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel omdat zij mocht vertrouwen op voortzetting van bescherming zolang de oorlog voortduurt. De rechtbank oordeelt dat de tijdelijke bescherming per definitie tijdelijk is en gericht op terugkeer of reguliere verblijfsprocedures. De beëindiging is geschikt en noodzakelijk om opvangproblematiek te verminderen en is niet onevenredig.
Daarnaast faalt het betoog dat ambtshalve toetsing aan reguliere verblijfsgronden had moeten plaatsvinden. De tijdelijke beschermingsprocedure is bedoeld om lidstaten te ontlasten en eiseres heeft nog een lopende asielprocedure. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.