ECLI:NL:RVS:2023:4737

Raad van State

Datum uitspraak
20 december 2023
Publicatiedatum
20 december 2023
Zaaknummer
202307539/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbRichtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming vreemdeling uit Oekraïne

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 29 augustus 2023 bepaald dat het recht op bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het Uitvoeringsbesluit voor de vreemdeling eindigt op 4 september 2023.

De vreemdeling, behorend tot de groep derdelanders uit Oekraïne zonder Oekraïense nationaliteit, heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Deze verklaarde het beroep ongegrond bij uitspraak van 13 november 2023, gewijzigd bij hersteluitspraak van 16 november 2023.

De vreemdeling heeft vervolgens bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om behandeld te worden alsof het recht op tijdelijke bescherming blijft gelden. De voorzieningenrechter verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een vergelijkbare groep derdelanders dit recht werd toegekend totdat een eindoordeel is gegeven.

Gezien de mededeling van de staatssecretaris dat deze groep derdelanders in Nederland mogen blijven tot het eindoordeel, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet nodig en wijst het verzoek af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de vreemdeling wordt behandeld volgens de mededeling van de staatssecretaris.

Uitspraak

202307539/2/V2.
Datum uitspraak: 20 december 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 13 november 2023, zoals gewijzigd bij hersteluitspraak van 16 november 2023, in zaak nr. NL23.26396 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft de staatssecretaris bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022 (hierna: het Uitvoeringsbesluit).
Bij uitspraak van 13 november 2023, zoals gewijzigd bij hersteluitspraak van 16 november 2023, heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij zal worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit op haar van toepassing blijft.
1.1.    In zijn uitspraak van 1 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3349, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling in een zaak van een andere zogeheten ‘derdelander’ die uit Oekraïne naar Nederland was gevlucht, bepaald dat deze bij wijze van voorlopige voorziening zal worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit op hem van toepassing blijft. Naar aanleiding daarvan heeft de staatssecretaris op 2 september 2023 meegedeeld dat ook andere derdelanders die uit Oekraïne naar Nederland zijn gevlucht en niet de Oekraïense nationaliteit hebben, in Nederland mogen blijven tot de Afdeling een eindoordeel geeft over het beëindigen van het recht op tijdelijke bescherming voor deze groep.
1.2.    De vreemdeling behoort tot de groep derdelanders die onder de mededeling van de staatssecretaris valt. Gelet hierop treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
2.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 december 2023
853-984