Uitspraak
[eiser], uit [woonplaats] te Italië, eiser
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
Inleiding
mr. [naam] aanwezig.
Rechtbank Den Haag
Eiser, zonder Nederlandse nationaliteit en met status van migrerend werknemer, vroeg studiefinanciering aan die aanvankelijk werd afgewezen voor september 2020 tot en met december 2021. Na een gegrond verklaard beroep werd studiefinanciering alsnog toegekend voor september 2020 tot en met augustus 2021. Eiser verzocht vervolgens om schadevergoeding voor het gemiste reisproduct in die periode, maar verweerder wees dit af wegens het ontbreken van benodigde informatie en het niet toekennen van schadevergoeding op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).
De rechtbank oordeelt dat artikel 3.29 Wsf 2000 niet van toepassing is omdat dit artikel alleen geldt voor studenten die studiefinanciering ontvingen maar niet tijdig een reisproduct konden ophalen. Eiser kreeg studiefinanciering pas achteraf toegekend, waardoor geen sprake was van een niet verstrekt reisproduct in de zin van deze wet. Daarnaast heeft eiser zijn schade niet met objectieve stukken onderbouwd, waardoor de gevorderde vergoeding niet kan worden toegekend.
Voorts faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat eiser geen vergelijkbare zaken heeft overgelegd en eerdere fouten van verweerder in andere zaken niet leiden tot een verplichting tot schadevergoeding in deze zaak. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.