ECLI:NL:RBDHA:2023:15189
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische omstandigheden
Eiser, een Syrische asielzoeker met ernstig vaatlijden, stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Spanje als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie overdracht aan Spanje onmogelijk maakt en dat het beschermingsbeleid in Spanje onvoldoende is. Hij beriep zich op het arrest C.K. tegen Slovenië en artikel 17 van Pro de Dublinverordening voor bijzondere omstandigheden.
De staatssecretaris liet een onderzoek uitvoeren door het Bureau Medische Advisering (BMA), dat concludeerde dat overdracht mogelijk is mits aan bepaalde reisvoorwaarden wordt voldaan. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris zich voldoende heeft vergewist van de medische situatie en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Spanje.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van een fundamenteel verschil in beschermingsbeleid. Ook was er geen reden om de asielaanvraag op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro aan zich te trekken.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.