Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
[…]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, eigenaar van een perceel bereikbaar via een zandpad over grond van Staatsbosbeheer, vordert dat de Staat aansprakelijk wordt gesteld voor het onrechtmatig handelen van de Landinrichtingscommissie bij de ruilverkaveling, en dat de Staat het zandpad onderhoudt.
De Landinrichtingscommissie had in 2008 in de akte van toedeling het recht van reed gehandhaafd, maar de onderhoudsverplichting voor het zandpad kwam te vervallen. Eiseres stelt dat zij hierdoor schade lijdt en dat de Staat aansprakelijk is voor het onrechtmatig handelen van de commissie.
De Staat voert verweer dat de vordering verjaard is, omdat eiseres al in 2016 bekend was met het wegvallen van het onderhoudsrecht en de schade. De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn van vijf jaar is gaan lopen in 2016, toen Staatsbosbeheer stopte met het onderhoud en het geschil ontstond.
De stelling van eiseres dat de verjaring pas later begon te lopen wordt verworpen, omdat onbekendheid met de juridische beoordeling niet aan het begin van de verjaringstermijn in de weg staat. De rechtbank wijst de vordering af wegens verjaring en veroordeelt eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens verjaring en veroordeelt eiseres in de proceskosten.