ECLI:NL:RBDHA:2023:14548
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Jemenitische asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat het voornemen onvoldoende was gemotiveerd, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Polen niet langer geldt vanwege schendingen van mensenrechten, en dat hij vanwege medische omstandigheden niet terug kan. De rechtbank oordeelde dat het voornemen een voorbereidingshandeling is en dat verweerder adequaat op alle bezwaren heeft gereageerd.
De rechtbank stelde vast dat Polen het verzoek tot terugname had aanvaard en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt. Eiser heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd dat Polen niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet of dat hij een individueel risico loopt op onmenselijke behandeling of gebrek aan onafhankelijke rechtspraak.
Ook de medische klachten van eiser en de psychische toestand werden niet voldoende onderbouwd om de behandeling in Nederland te rechtvaardigen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Polen verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken.