ECLI:NL:RBDHA:2023:13825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn echtgenote en minderjarig kind. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van de staatssecretaris op grond van de Vreemdelingenwet 2000 is verstreken zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank stelt vast dat eiser de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld en dat het beroep tijdig is ingediend. Gelet op de bijzondere omstandigheden rond aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, verbeurt de staatssecretaris een dwangsom van €100, met een maximum van €7.500. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het door eiser betaalde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de staatssecretaris een termijn van twintig weken en een dwangsom op om alsnog een besluit te nemen.