Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 2.506,58 +
die hun gehele jaarrekening(cursivering door rechtbank) moeten publiceren en die niet kunnen volstaan met een beperkte balans als bedoeld in artikel 2:396 lid 7 BW Pro.
Rechtbank Den Haag
Waalwijk leverde aan Zwammerdam een partij split voor €23.989,91, waarvoor betaling werd gevorderd. Zwammerdam stelde dat levering niet binnen een overeengekomen fatale termijn plaatsvond en dat het geleverde product gebrekkig was, waardoor zij schade leed van €57.472,02. De rechtbank oordeelde dat geen fatale termijn was overeengekomen, mede omdat correspondentie en verklaringen geen harde leverdatum bevatten en Waalwijk vooraf een levertijd van circa twee weken had aangegeven.
Ten aanzien van het gebrekkige product concludeerde een deskundigenrapport dat het loslaten van de steenslag mogelijk door ongeschiktheid kwam, maar dit was onvoldoende vastgesteld omdat andere oorzaken niet onderzocht waren en Zwammerdam onvoldoende gemotiveerd had weersproken. De rechtbank stelde vast dat Zwammerdam binnen bekwame tijd had geklaagd over gebreken.
De NVLB-voorwaarden waren van toepassing verklaard door Waalwijk, maar Zwammerdam kon deze vernietigen omdat zij een kleine rechtspersoon is en de voorwaarden niet ter hand waren gesteld. De rechtbank wees het beroep op vernietiging toe, waardoor Waalwijk geen beroep kon doen op artikel 5.4 van deze voorwaarden voor proceskostenvergoeding.
De rechtbank veroordeelde Zwammerdam tot betaling van het factuurbedrag, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, en wees de reconventionele vorderingen af. Proceskosten werden deels toegewezen aan Waalwijk. Het vonnis werd gewezen door mr. S.M. de Bruijn op 20 september 2023.
Uitkomst: Zwammerdam wordt veroordeeld tot betaling van €23.989,91 aan Waalwijk en reconventionele vorderingen worden afgewezen.