De zaak betreft een geschil tussen een veevoercoöperatie en een leverancier van diervoedergrondstoffen over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden (CNGD) met een arbitraal beding.
De Eendracht en [verweerster] sloten meerdere koopovereenkomsten, waaronder twee in 2014, waarbij de CNGD als algemene voorwaarden werden vermeld. De Eendracht werd door een derde partij gedagvaard wegens non-conformiteit van geleverde producten en riep [verweerster] in vrijwaring op. [Verweerster] stelde zich op het standpunt dat de rechtbank onbevoegd was vanwege het arbitraal beding in de CNGD.
De rechtbank honoreerde het beroep van De Eendracht op vernietiging van het arbitraal beding, maar het hof verklaarde de rechtbank onbevoegd en oordeelde dat De Eendracht bekend was met de CNGD, onder meer door de deelname van haar directeur aan een cursus waarin de CNGD werden behandeld.
De Hoge Raad bevestigde dat de bekendheidsuitzondering geldt: een partij kan zich niet beroepen op vernietiging van een beding in algemene voorwaarden als zij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was met die voorwaarden, ook als die bekendheid niet door toedoen van de wederpartij is ontstaan. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde De Eendracht in de proceskosten.