ECLI:NL:RBDHA:2023:13596
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvragen bijstandsuitkering en bijzondere bijstand wegens niet-naleving medewerkingsverplichting
Eisers hebben meerdere aanvragen ingediend voor een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand voor inrichtingskosten en andere kosten, die door verweerder zijn afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op het feit dat eisers niet hebben voldaan aan hun medewerkingsverplichting door geen bankafschriften over te leggen, waardoor hun financiële situatie niet kon worden vastgesteld.
Eisers maakten bezwaar tegen de besluiten en vroegen om een voorlopige voorziening, die eerder werd afgewezen. In het bestreden besluit werden de bezwaren ongegrond verklaard. Eisers voerden aan dat de motivering ondeugdelijk was en dat verweerder het doel van de Participatiewet uit het oog verloor, maar deze stellingen werden door de voorzieningenrechter verworpen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de medewerkingsverplichting geldt vanaf het moment van aanvraag en dat het aan de aanvrager is om voldoende duidelijkheid te geven over zijn financiële situatie. Het niet overleggen van bankafschriften vanaf 16 december 2022 leidt tot afwijzing van de aanvragen. Ook de herhaalde aanvraag werd terecht afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvragen om bijstand en bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard vanwege het niet overleggen van bankafschriften.