ECLI:NL:RBDHA:2023:13584
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een vergelijkbare zaak behandeld en concludeert dat het beroep ongegrond is.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege fundamentele tekortkomingen in de Roemeense asielprocedure, waaronder pushbacks, onzorgvuldige behandeling en het ontbreken van rechtsmiddelen. Ook stelde hij dat hij langer dan vijf dagen zonder opvang zou komen te zitten bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij als Dublinclaimant met pushbacks geconfronteerd zal worden. Klachten over onzorgvuldige behandeling en het ontbreken van rechtsmiddelen dienen bij de Roemeense autoriteiten te worden ingediend. De rechtspraak ondersteunt dat maximaal vijf dagen zonder opvang mogelijk is, wat onvoldoende is om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Daarom blijft het besluit van de staatssecretaris in stand en krijgt eiser geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer-Gulyás en griffier S.J.B. ter Beke.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.