Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteithebbende, was onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen het voortduren van deze maatregel stelde eiser beroep in en verzocht om schadevergoeding. De maatregel werd op 12 december 2023 opgeheven.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was. Uit eerdere uitspraken bleek dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de periode vanaf 23 oktober 2023 tot de opheffing.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld, mede omdat hij al in september zijn vingerafdrukken had afgegeven en het zicht op uitzetting naar Marokko ontbrak. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris wel degelijk voortvarend had gehandeld, onder meer door tijdig een laissez-passer aanvraag te doen en vingerafdrukken mee te sturen. Daarnaast weigerde eiser meerdere keren medewerking, waardoor de langere duur van de maatregel voor zijn rekening kwam.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.