Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 2 mei 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank toetst of sinds 31 juli 2023, het moment van de laatste uitspraak, de maatregel nog rechtmatig is. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn vanwege het ontbreken van medewerking van Marokkaanse autoriteiten en dat hij detentieongeschikt is door medische klachten. Tevens voert hij een verzwaarde belangenafweging aan.
De rechtbank oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat het zicht op uitzetting is verdwenen. Verweerder heeft voortvarend gehandeld door vertrekgesprekken te voeren en de LP-aanvraag te rappelleren. Eiser heeft onvoldoende medewerking verleend om zijn vertrek te bespoedigen. De medische klachten leiden niet tot detentieongeschiktheid, en de medische zorg in detentie is adequaat.
Daarom is het beroep ongegrond en wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.