ECLI:NL:RBDHA:2022:7016
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrente gematigd wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel bij afwijzing verzoek voorlopige aanslag
Eiser verzocht op 29 juni 2020 om een voorlopige aanslag voor het jaar 2019, maar dit verzoek werd door verweerder geweigerd omdat de aangiftetermijn volgens verweerder was verstreken. Eiser stelde dat hij nog niet was uitgenodigd tot het doen van aangifte en dat de weigering onterecht was. De definitieve aanslag werd opgelegd op basis van de ingediende aangifte, inclusief belastingrente.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het verzoek geautomatiseerd had afgewezen zonder de vereiste zorgvuldigheid te betrachten, aangezien eiser nog niet was uitgenodigd tot aangifte en er geen sprake was van nalatigheid van eiser. Hierdoor was het niet juist om belastingrente volledig in rekening te brengen.
De rechtbank matigde de belastingrente tot € 63 en vernietigde de uitspraak op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt het belang van het zorgvuldigheidsbeginsel bij de behandeling van verzoeken om voorlopige aanslagen.
Uitkomst: De belastingrente wordt gematigd tot € 63 wegens onzorgvuldige afwijzing van het verzoek om een voorlopige aanslag.