Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
ProcesverloopBij besluit van 4 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Overwegingen
kopieën betreffen waarvan de authenticiteit niet kan worden beoordeeld en waarvan de inhoud is gebaseerd op de verklaringen die eiser bij de politie heeft afgelegd”. De rechtbank overweegt dat uit het besluit lijkt te volgen dat de beslismedewerker dit oordeel over de documenten geeft. Het onderzoek aan documenten is echter voorbehouden aan deskundigen en eerst daarna kan de beslismedewerker aangeven welke bewijswaarde aan de documenten toegekend kan worden.
eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom hij in Slovenië met geboortejaar 2004 is geregistreerd”. Deze overweging is in aanvulling genomen op het voornemen waarin is overwogen dat “
het eerste element geloofwaardig wordt bevonden, maar wordt uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het feit dat betrokkene onder andere gegevens staat geregistreerd in Slovenië afbreuk doet aan de algehele geloofwaardigheid van betrokkene”.
hoewel tijdens het onderzoek lichamelijke en psychische klachten zijn gebleken, deze klachten medisch gezien geen beperkingen voor het horen en beslissen opleveren”. De rechtbank heeft geconstateerd, zoals ter zitting besproken, dat in het verslag van het nader gehoor meerdere malen is aangegeven dat eiser de vragen niet lijkt te begrijpen en nadere verduidelijking of meer tijd nodig heeft. Ook is vermeld dat eiser meerdere malen emotioneel wordt tijdens het gehoor op momenten dat hij verklaart over de incidenten die de kern van zijn asielrelaas vormen en ten grondslag liggen aan zijn verzoek om internationale bescherming. In het FMMU-advies is vermeld dat eiser een afspraak heeft bij een GZA-arts en dat hem dat ook is geadviseerd. De rechtbank overweegt dat het FMMU-rapport onvoldoende inzichtelijk is omdat niet duidelijk is welke psychische klachten zijn gebleken en waarom de gebleken psychische klachten geen beperkingen opleveren voor het horen en beslissen. Verweerder heeft op punten overwogen dat eiser meer of anders had dienen te verklaren Gelet op het verloop van het nader gehoor en gelet op de omstandigheid dat eiser ten tijde van nader gehoor minderjarig was acht de rechtbank, voor zover verweerder in zijn nieuw te nemen besluit wenst vast te houden aan een afwijzing van de aanvraag, het noodzakelijk dat kennis wordt genomen van de onderliggende stukken van dit FMMU-advies om te kunnen beoordelen of de conclusie van dit advies volgt uit de onderbouwing. Eiser heeft zelf geen medische informatie overgelegd. Dit doet niet af aan de verplichting van verweerder om procedurele waarborgen te verschaffen en zich steeds te vergewissen van de capaciteiten van eiser om adequaat te kunnen verklaren indien sprake is van psychische problemen. In beginsel mag worden uitgegaan van het FMMU-advies. Dit is anders indien dit advies niet inzichtelijk is en dat is in de onderhavige procedure aan de orde. Indien verweerder dit nalaat kan hier een taak voor de rechter liggen. Het verbod tot refoulement is immers absoluut en dit brengt ook de verplichting voor de rechter mee om actief en kritisch te onderzoeken of internationale bescherming moet worden geboden. Ook bij het toetsen van het besluit aan de hand van de beroepsgronden kan dit betekenen dat de rechter “ambtshalve” beslist tot het opvragen van nadere stukken. In de onderhavige procedure zal de rechtbank, indien verweerder niet berust in deze uitspraak en niet zelf de onderliggende stukken van het FMMU-advies opvraagt, dan ook zelf hiertoe overgaan. Indien blijkt dat toch sprake is van beperkingen ten aanzien van het horen en/of ten aanzien van het beslissen zal eiser opnieuw moeten worden gehoord en/of zal verweerder de reeds afgelegde verklaringen van eiser opnieuw en integraal met de overige bewijsmiddelen moeten beoordelen.
ondanks de middelen waarover zij beschikken– niet hebben kunnen bewerkstelligen, maar wel 40 andere dodelijke slachtoffers hebben veroorzaakt.
de Taliban eiser slechts in zijn been zou hebben geschoten”.
ze niet gevonden konden worden als de Taliban ze wilden hebben”.
kánworden gegund omdat deze verplichting voortvloeit uit het Unierecht en is “vertaald” naar artikel 31, zesde lid, Vw. Eiser heeft concreet en onderbouwd gewezen op deze verplichting en ook de reactie van verweerder hierop is niet adequaat.
ten tijde van verzending van het voornemen minderjarig was en ten tijde van het besluit meerderjarig is en er daardoor een terugkeerbesluit kan worden opgelegd en TQ en het onderzoek naar adequate opvang niet meer van toepassing is”.
Beslissing
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen drie weken na plaatsing van deze tussenuitspraak in het digitale dossier zich op de wijze zoals de rechtbank heeft bepaald nader uit te laten over het vervolg van de procedure;
- houdt iedere verdere beslissing aan.