ECLI:NL:RBDHA:2022:16099
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf bij partner wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, heeft meerdere aanvragen gedaan voor verblijf in Nederland bij zijn Nederlandse partner, welke steeds zijn afgewezen. De rechtbank beoordeelt de vierde aanvraag, waarbij verweerder de aanvraag afwijst op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden (nova) zijn aangevoerd die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen.
Eiser stelt dat er sprake is van een affectieve en exclusieve relatie en dat het voorgenomen huwelijk en overgelegde Whatsappgesprekken nova zijn. De rechtbank oordeelt echter dat deze elementen onvoldoende nieuw licht werpen op de eerdere vaststelling van een schijnrelatie. Ook is niet gebleken van schending van de hoorplicht en is het beroep ongegrond verklaard.
De gevraagde voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen wordt afgewezen, aangezien de rechtbank op het beroep heeft beslist. De uitspraak bevestigt dat de aanvraag terecht is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die de eerdere beslissingen kunnen wijzigen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijf bij partner wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten.