ECLI:NL:RBDHA:2022:4235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek OVW-periodieken politie wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres, sinds augustus 2017 in dienst, verzocht om herziening van het besluit van 16 december 2014 betreffende de toekenning van Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden (OVW) periodieken. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat het oorspronkelijke besluit in rechte vaststaat en er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 2014 en dat zij ook via andere besluiten of loonstroken had kunnen opkomen tegen het niet toekennen van OVW-periodieken. Nieuwe rechtspraak, zoals de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 augustus 2020, vormt geen nieuw feit of veranderde omstandigheid die herziening rechtvaardigt.
Hoewel verweerder erkent fouten te hebben gemaakt en sindsdien OVW-periodieken toekent aan alle medewerkers met 24 of meer OVW-punten, is het beroep van eiseres ongegrond omdat het onderscheid in behandeling berust op het feit dat sommige medewerkers wel rechtsmiddelen hebben aangewend.
De rechtbank vindt het beroep niet evident onredelijk, noch is sprake van een uitzonderlijk geval dat herziening zou rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het afwijzen van haar herzieningsverzoek inzake OVW-periodieken wordt ongegrond verklaard.