ECLI:NL:CRVB:2020:3548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek intrekkingsbesluit bijstand zonder nieuwe feiten
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een adres te Rotterdam. Na een onderzoek naar zijn verblijfplaats, waarbij bleek dat zijn woning was ontruimd wegens huurachterstand en zijn verblijfplaats onbekend was, heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het recht op bijstand opgeschort en later ingetrokken. Deze besluiten werden geadresseerd aan het uitkeringsadres, terwijl het college wist dat appellant daar niet meer woonde.
Appellant heeft tegen de intrekking geen bezwaar gemaakt, maar wel een verzoek om herziening ingediend. Dit verzoek werd afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangedragen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de afwijzing evident onredelijk was, onder meer omdat het college niet adequaat had gecommuniceerd en de terugvordering deelname aan schuldregeling blokkeerde.
De Raad oordeelt dat het debat over de juistheid van het oorspronkelijke besluit in deze procedure niet aan de orde is zonder nieuwe feiten. Ook het argument dat de afwijzing deelname aan schuldregeling blokkeert, leidt niet tot het oordeel dat de afwijzing evident onredelijk is. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van het herzieningsverzoek tegen het intrekkingsbesluit bijstand wordt bevestigd omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd en de afwijzing niet evident onredelijk is.