ECLI:NL:RBDHA:2022:3292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyás
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsrecht EU/EER aan vader op grond van afhankelijkheidsrelatie met minderjarige dochter
Eiser, van Indiase nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 20 VWEU Pro, afgeleid van zijn minderjarige Nederlandse dochter. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van identiteit en zorgrelatie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de hoorplicht heeft geschonden door het bezwaar ten onrechte als kennelijk ongegrond af te wijzen zonder nader onderzoek naar het paspoort. Eiser heeft voldoende bewijs geleverd van zijn identiteit en van daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken, ondersteund door een BIC-rapportage die een afhankelijkheidsrelatie bevestigt.
Verweerder heeft de bewijsstukken onvoldoende in samenhang beoordeeld en te weinig waarde gehecht aan de medische situatie van de moeder en het feit dat eiser ouderlijk gezag heeft en als ouder/verzorger bij de school staat geregistreerd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser gehoord moet worden. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van het verblijfsdocument wordt vernietigd.