ECLI:NL:RBDHA:2022:1894
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsdocument wegens ontbreken duurzame relatie
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende man, verzocht om afgifte van een EU-verblijfsdocument op grond van zijn relatie met een Poolse partner. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zij gedurende zes maanden een gezamenlijke huishouding voerden en feitelijk samenwoonden, zoals vereist volgens het beleid en jurisprudentie.
Eiser voerde aan dat verweerder het begrip 'duurzame relatie' te restrictief interpreteerde en verwees naar Europese richtlijnen en uitspraken die ook latrelaties erkennen. Hij stelde dat het bewijs, waaronder foto’s, whatsapp-berichten en getuigenverklaringen, onvoldoende werd meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een ruime beoordelingsmarge heeft en dat het beleid niet onredelijk is. Omdat eiser zelf stelde feitelijk samen te wonen, mocht verweerder objectief bewijs hiervan verlangen. Dit bewijs ontbrak, en de verklaringen waren onvoldoende onderbouwd.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de afwijzing van het EU-verblijfsdocument terecht. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsdocument is ongegrond verklaard wegens ontbreken van bewijs voor een duurzame relatie.