ECLI:NL:RBDHA:2022:15366
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing terugkeerbesluit en inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, een Oekraïense staatsburger, kreeg een terugkeerbesluit en een tienjarig inreisverbod opgelegd omdat hij een ernstig gevaar zou vormen voor de openbare orde. Hij wordt verdacht van het voorbereiden van een gewapende aanslag op het Oekraïense parlement. De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit onvoldoende is gemotiveerd en vernietigt dit besluit, maar laat de rechtsgevolgen ervan in stand omdat eiser op het moment van uitvaardiging geen rechtmatig verblijf meer had.
Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard. De rechtbank vindt dat verweerder voldoende heeft aangetoond dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor fundamentele belangen van de samenleving. De ernst van het misdrijf, de recente aard ervan en de betrokkenheid van eiser worden meegewogen. Ook het feit dat het strafproces in Oekraïne nog loopt en dat eiser niet is veroordeeld, leidt niet tot een ander oordeel.
Het verzoek tot tijdelijke opheffing van het inreisverbod wordt eveneens afgewezen. De rechtbank stelt dat de aangevoerde redenen niet onder de uitzonderlijke gevallen vallen waarin een tijdelijke opheffing wordt toegestaan. De belangenafweging, mede gezien de veiligheidssituatie in Oekraïne en het familie- en gezinsleven, rechtvaardigt geen opheffing. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor het vernietigde terugkeerbesluit.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het inreisverbod en de afwijzing van tijdelijke opheffing worden bevestigd.