ECLI:NL:RBDHA:2022:3954
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot tijdelijke opheffing inreisverbod Oekraïense asielzoeker
Verzoeker, een Oekraïense asielzoeker, heeft een inreisverbod van tien jaar opgelegd gekregen omdat hij een gevaar voor de openbare orde zou vormen. Hij verzocht om een tijdelijke opheffing van dit inreisverbod om de zitting van 17 maart 2022 bij te wonen waarin zijn beroep tegen het inreisverbod wordt behandeld.
De voorzieningenrechter overwoog dat het recht op een eerlijk proces niet wordt geschonden doordat verzoeker niet fysiek aanwezig kan zijn; hij kan zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde of via beeldverbinding deelnemen. Er is geen bewijs dat deze alternatieven onvoldoende zijn.
Daarnaast weegt het belang van handhaving van het inreisverbod zwaar, mede omdat verzoeker mogelijk een gevaar vormt voor de openbare orde en verweerder geen positieve verplichting heeft om hem toegang te verlenen.
Gelet op deze belangenafweging kent de voorzieningenrechter geen doorslaggevend gewicht toe aan het belang van verzoeker en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om tijdelijke opheffing van het inreisverbod wordt afgewezen.