ECLI:NL:RBDHA:2022:13796
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunningsplicht voor omzetting koopwoningen uit duur segment buiten toepassing verklaard
Eiser is eigenaar van een pand in Leiden dat verkamerd is en wil een omzettingsvergunning verkrijgen om het pand als onzelfstandige woonruimte te gebruiken. Het college heeft de vergunning geweigerd op basis van de Huisvestingsverordening 2020 en de Beleidsregel 2019. Eiser betoogt dat de vergunningsplicht voor zijn pand, dat tot het duurste koopsegment behoort, niet van toepassing is en dat het college ten onrechte geen overgangsrecht toepast.
De rechtbank toetst de vergunningplicht exceptief en concludeert dat de vergunningplicht voor het omzetten van koopwoningen uit het duurste segment niet voldoende is onderbouwd en in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Tevens oordeelt de rechtbank dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met bestaande legale situaties en de belangen van eiser, waardoor het besluit onzorgvuldig is genomen.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed. De rechtbank benadrukt dat het college bij hernieuwde beoordeling rekening moet houden met jurisprudentie en de omstandigheden van de zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.