ECLI:NL:RBDHA:2022:12500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen tijdelijke sluiting huurwoning wegens drugshandel
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van Den Haag om zijn huurwoning tijdelijk te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken.
Eiser stelde dat het besluit en het voornemen tot sluiting niet aan hem waren uitgereikt en dat hij pas medio augustus 2021 bekend werd met het besluit, waardoor de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Verweerder stelde dat het besluit op een andere geschikte wijze aan eiser was bekendgemaakt, namelijk door de brief in de brievenbus van de woning te deponeren en door de fysieke sluiting met pamfletten op de woning.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende aanwijzingen zijn dat eiser kennis heeft kunnen nemen van het besluit, mede omdat hij de brief van de verhuurder ontving en aanwezig was bij de sluiting. Het bezwaarschrift was derhalve te laat ingediend en niet verschoonbaar. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.