Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [v-nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.J.R. van Veen, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse EU-burger, is sinds 2014 meerdere malen veroordeeld voor diverse strafbare feiten, waaronder een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar. Verweerder beëindigde het verblijfsrecht van eiser en verklaarde hem ongewenst vanwege zijn gedrag dat een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. Eiser voerde aan dat hij een positieve gedragsverandering heeft doorgemaakt en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt. De herhaalde veroordelingen, recente delicten en het ontbreken van overtuigend bewijs voor een duurzame gedragsverbetering rechtvaardigen deze conclusie. De rechtbank acht de beëindiging van het verblijfsrecht en de ongewenstverklaring niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij zijn leven duurzaam heeft gebeterd, mede omdat de positieve gedragsverklaringen slechts een korte periode bestrijken en de ISD-maatregel voortijdig werd beëindigd vanwege uitzetting. De geringe binding met Nederland en het ontbreken van bijzondere omstandigheden maken dat verweerder terecht niet van het besluit is afgeweken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verblijfsrecht van eiser wordt beëindigd met een ongewenstverklaring.