ECLI:NL:RBDHA:2018:8350
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht EU-burger wegens actuele bedreiging openbare orde en ongewenstverklaring
Eiser, een Estse EU-burger, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn verblijfsrecht in Nederland ontnomen en ongewenst verklaard vanwege zijn strafrechtelijke verleden en het opleggen van een ISD-maatregel. De staatssecretaris baseerde dit op het feit dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving.
Eiser voerde aan dat hij al sinds 2008 in Nederland verblijft en dat hij zijn gedrag heeft verbeterd, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat het verblijf sinds 2009 ononderbroken was geregistreerd, maar dat de detentieperioden het duurzaam verblijfsrecht onderbraken. De rechtbank verwierp ook de stelling dat de ISD-maatregel slechts gericht was op gedragsverandering.
De rechtbank concludeerde dat eiser door zijn herhaaldelijke veroordelingen, waaronder winkeldiefstallen en straatroof, een ernstige bedreiging vormt. De persoonlijke omstandigheden en bindingen met Nederland en Estland werden meegewogen, maar boden geen reden om het besluit te vernietigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.