ECLI:NL:RBDHA:2022:11221
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele geaardheid
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Nigeria. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege tegenstrijdige, inconsequente en niet-waarheidsgetrouwe verklaringen over zijn seksuele geaardheid en relaties.
Eiser betwistte dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De rechtbank oordeelde dat de verzoeken niet ontvankelijk waren omdat verweerder gemotiveerd had gereageerd op de zienswijze van eiser en de stukken uit het IND-dossier van het kind en de moeder niet relevant waren voor de beoordeling.
De rechtbank vond de beoordeling van de geloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid door verweerder terecht, mede vanwege onvoldoende concrete en samenhangende verklaringen over het privéleven, relaties, contacten met LHBTI-groepen en de Nederlandse situatie. Ook werden tegenstrijdigheden en ongerijmdheden vastgesteld, zoals het voeren van relaties met vrouwen en het ontbreken van overtuigende toelichting hierop.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen aannemelijk gemaakt risico op vervolging heeft bij terugkeer naar Nigeria en dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid.