ECLI:NL:RVS:2016:1375
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
Bij besluit van 25 januari 2016 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de aanvraag afwees als ongegrond. De vreemdeling en de staatssecretaris stelden beiden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank de afwijzing van de aanvraag door de staatssecretaris onjuist had beoordeeld. De staatssecretaris had de aanvraag inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de nieuwe elementen niet tot toekenning leidden, waarna hij de aanvraag als kennelijk ongegrond afwees. De rechtbank had dit niet goed begrepen, waardoor haar uitspraak werd vernietigd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en dat van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.