ECLI:NL:RBDHA:2021:760
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige in de bouw wegens onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende zelfstandige in de bouw, verzocht om een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, met name vanwege een summier en onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan en het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf.
In bezwaar en beroep stelde eiser dat hij wel degelijk voldoende vakinhoudelijke expertise en een levensvatbaar bedrijf had aangetoond, onder meer met een ondernemingsplan, certificaten en verwijzingen naar adviezen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO). De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had besloten de aanvraag niet aan de RvO voor te leggen vanwege onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank constateerde dat eiser zijn vakinhoudelijke ervaring niet met arbeidsovereenkomsten of referenties had onderbouwd en dat het certificaat onvoldoende inzicht gaf in zijn kwalificaties. Ook ontbraken essentiële financiële gegevens zoals overeenkomsten en verkoopfacturen om de levensvatbaarheid van het bedrijf te beoordelen.
Daarnaast verwierp de rechtbank de betogen van eiser over het transparantiebeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het standstill-beginsel van het Turks Associatierecht. Het beroep op schending van de hoorplicht faalde eveneens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.